De Derde Fase
Derde Fase training is het begin van het gevecht van de vier dieren, ‘Bingatan Ampat’. Elk dier, ‘Monjet’ (aap), ‘Matjanan’ (tijger), ‘Blekok’, (kraanvogel) en ‘Oeler’, (slang), omvat drie complete vechtsystemen.
Van de Blekok (kraanvogel) leren we sprong- en meervoudige traptechnieken. De onvoorspelbare en wisselende gemoedstoestanden komen van de Mad Crane (gekke kraanvogel) en de rustiger, dodelijke bewegingen van de Lazy Crane (langzame kraanvogel).
De Oeler (slang) leert ons snel te kunnen toeslaan vanuit iedere positie. Cobra en de Konings Cobra zijn de meer geavanceerde vormen van de slang.
De Monjet (aap) is speels maar soms ook woest. Hij legt met zijn middelhoge standen de basis voor de heftige, effectieve bewegingen van de Mensaap en de vreemde capriolen van de Dronken Aap.
De Matjanan (tijger) beweegt zich over de grond. Van hieruit komen we bij de Harimau (koningstijger) waarbij altijd drie delen van het lichaam de grond raken. De verassende maar dodelijke bewegingen van Matjanan Tienggi – springende tijger – dagen de leerlingen uit om vanuit hun positie op de grond snel omhoog te komen om zich te verdedigen tegen staande of op de grond bewegende tegenstanders.
De technieken van de twaalf dieren worden onder meer aangeleerd via joeroe’s (combinaties van technieken). Dat gaat samen met het ontwikkelen van de energie (ilmu) van ieder dier. Verder gevorderde leerlingen oefenen ook de energie van de Naga: de Indonesische Draak.
Verder wordt in de derde fase aandacht besteed aan algemene vormen, persoonlijke vormen en wapenvormen – zowel Chinees als traditioneel Indonesisch.


